Nederlands   This page is only available in Dutch
 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11 

dommekracht / jack

ALEX DEN OUDEN
EINDHOVEN - NEDERLAND

 1024×768
   (min.)
Oude techniek en werktuigbouw,
industriŽle geschiedenis en archeologie
Historical engineering and technology,
industrial archaeology and history
© AdO 1998 ... 2004

     


      Terug naar de index der artikelen ...                Back to the index of articles ...   

Versierd papier - oude methoden van kleuren en veredelen van papier en het maken van behangpapier

kleurig bedrukt papier

Gekleurd papier

Het maagdelijk blank, hagelwit, schrijfpapier grijnst de schrijver toe: krijgt hij de pen op het papier om z'n diepste gevoelens te vertolken? Het papier waarover ik het hier wil hebben, dient echter niet om onze intellectuele verlangens te bevredigen, eerder de esthetische. Papier ter versiering van wanden, boeken, doosjes en dergelijke. Papier om in te pakken: gekleurd papier.

Eén van de minst bekende soorten gekleurd papier is overigens juist dat prachtig hagelwitte schrijfpapier. De blankheid daarvan werd namelijk niet alleen verkregen door bleken. Men voegde aan het water in de schepkuip ook Thénard-blauwsel (kobaltblauw) toe. Dat zorgde er voor dat het papier "optisch wit" werd. Met de introductie van zogenaamd "eindloos papier" (dat wil zeggen, machinaal gemaakt papier) kwam daar nog 'n reeks andere additieven bij: barietaarde, porseleinaarde, bitteraarde, ongebrande gips. Alles om het papier witter, gladder, zwaarder en minder doorzichtig te maken.

Maar meestal was gekleurd papier zichtbaar kleurig. Er zijn twee methoden van kleuring mogelijk: door en door (in de massa) en aan de oppervlakte (één of tweezijdig). Verder kan het oppervlak veredeld worden door cacheren en/of persen of textureren. Een speciaal geval is het geperforeerd papier, dat gekloste kant nabootst ("papier dentelle"). We vinden dat nog wel 'ns onder een gebakje of frikadel.


Kleuring in de massa

De gewenste pigmenten werden in de papiermassa gemengd vòòr het scheppen (handgemaakt papier) of uitgieten op de band (machinaal papier). Zeker voor diepe kleuren had je natuurlijk veel kleurstof nodig. Toen papier nog uit lompen werd gemaakt en niet uit houtslijpsel, konden de in de textielresten voorkomende kleurstoffen nuttig hergebruikt worden. De lompen werden zorgvuldig in drie kleurgroepen gesorteerd. Blauw werd gescheiden van de rest, wit ook. De overige kleuren werden alle samengevoegd. Uit het laatste mengsel werd grof bruin (pak) papier gemaakt. Uit blauwe lompen fabriceerde men blauw papier, onder andere in gebruik voor het verpakken van broodjes suiker en linnengoed; maar ook voor het beplakken van lucifersdoosjes. Wilde men anders of dieper getint papier, dan moest er worden (bij)gekleurd.

pastel van Herman Heijenbrock: walsen van stalen profielen

Oorspronkelijk kende men voor het kleuren alleen natuurlijke verfstoffen en eenvoudige anorganische chemische verbindingen. Men kleurde blauw met indigo, Pruisisch blauw, Fransch blauw of kobaltblauw. Rood papier maakte men met karmijn of, voor een briljanter kleur, meekrap. Voor geel diende Indische saffraan, wouw of peppel. Door combinatie van deze drie basiskleuren beschikte men over een heel palet aan pasteltinten. Harde en schreeuwende kleuren kon je hiermee niet maken. De natuurlijke verfstoffen waren behoorlijk prijzig.

Na grofweg 1885 kwamen andere - artificiële - verfstoffen ter beschikking, vooral aniline-kleurstoffen. Kunstmatig ultramarijn, mauveïne en andere organische verbindingen. Het scala aan kleuren werd zo verrijkt met fellere tinten.

Een typisch voortvloeisel van het kleuren met natuurlijke verfstoffen is het "papier Joseph", bij ons bekend als pH-papier of lakmoespapier. Strookjes ongelijmd (dus absorberend) papier, gekleurd met extracten van ondermeer lakmoes, curcuma, fuchsine, lignine of bloedhout. De meeste vertonen een kleuromslag als ze van een basisch in een zuur milieu worden gebracht (en omgekeerd). Blauw naar rood, geel naar bruin, rood naar geel en dergelijke. Bijzonder is met methylaniline-paars gekleurd papier, dat blauwgroen wordt in anorganische zuren en niet verkleurt in organische zuren.

Kleuring aan de oppervlakte

Alleen aan de oppervlakte gekleurd papier vraagt minder pigment. Daar staat tegenover dat er een extra handeling nodig is: inkleuren, bestrijken, bedrukken of iets dergelijks. De artiest kent het principe. "Teint", "demi-teint" en "bisterd" papier zijn oorspronkelijk witte papiersoorten, waaraan grijstinten zijn gegeven door ze met een sponsje met roetwater te bestrijken. De donkerder partijen van een tekening hoeven dan niet ingevuld of gekleurd te worden. Lichtere partijen brengt de kunstenaar aan met wit krijt. Deze techniek is in uiterste vorm gebracht door de industrieschilder Herman Heijenbrock, die sommige van z'n industrieschetsen maakte op zwart papier. Hij suggereerde heel effectief met lichte pastels de gloed en weerschijn van vuur in zweet.



Hoe mooi gekleurd ook, papier liet (en laat) nog een heel gamma van verdere veredelingen toe.
Daar gaan we op een separate pagina nader in.

Op grote schaal werd eenzijdig oppervlakkig gekleurd papier gebruikt als behangsel.
Op de fabricage hiervan gaan we op een separate pagina nader in.


naar de top    naar de top to the top    to the top