Nederlands   This page is only available in Dutch
 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11 

dommekracht / jack

ALEX DEN OUDEN
EINDHOVEN - NEDERLAND

 1024×768
   (min.)
Oude techniek en werktuigbouw,
industriŽle geschiedenis en archeologie
Historical engineering and technology,
industrial archaeology and history
© AdO 1998 ... 2004

     


      Terug naar de Hoofdpagina ...                Back to the Main page ...   


De Donge-spoorbrug bij Geertruidenberg op de Rijksmonumentenlijst?


      Direct naar:     Titelblad
    Inleiding
    Hoofdstuk A: De Langstraat-spoorweg en de Donge-spoorbrug in hun historische context
    Hoofdstuk B-1: Technische aspecten - de vaste (enkelsporige) aanbrug in detail bezien
    Hoofdstuk B-2: Technische aspecten - de (dubbelsporige) draaibrug in detail bezien
    Hoofdstuk B-3: Technische aspecten - de onderbouw in detail bezien
  Hoofdstuk C: Hoe compleet zijn de overblijfselen?  
  Hoofdstuk D: In welke conditie zijn de overblijfselen?  
  Hoofdstuk E: Welk werk zal nodig zijn voor conservering respectievelijk restauratie?  
  Conclusies en aanbevelingen  
  De CD met documentatie-foto's  

B-4. Technische aspecten - materialen


Van de Donge-spoorbrug zijn de oorspronkelijke Bestekken voor onderbouw en bovenbouw nog beschikbaar. Hierin worden - zoals gebruikelijk - uitgebreide "Voorschriften voor de Uit≠voering" gegeven. Interessant studiemateriaal voor de techniekhistoricus. In het kader van dit rapport zijn vooral de volgende paragrafen van belang.

Getrokken ijzer (welijzer)

De naam getrokken ijzer is wellicht ietwat misleidend, aangezien het hier in feite om gewalst ijzer gaat. Het werd bij de bouw van de Donge-spoorbrug toegepast in de toen meest gebruikelijke vormen, te weten: strip-, plaat- en hoekijzer. Er is in het ontwerp van deze bruggen nauwelijks T- en U-ijzer (kanaalijzer) gebruikt. De constructeur is bepaald conservatief te werk gegaan. De enkele delen die ik toch in U-ijzer aantrof zijn, naar ik vermoed, op suggestie van het ijzer≠constructiebedrijf - Firma Kloos (Kinderdijk) - in het werk terecht gekomen.

Als grondstof voor de walsproducten diende puddelijzer. Dit moest cf. de Voorschriften zijn: "goed geweld, taai en niet rood- of koudbreukig". Welijzer heeft een gelaagde vezelige structuur, een direct gevolg van het productieproces (puddelen en uitwalsen). Dit leidde tot de volgende eis in de Voorschriften: "op de breuk moet het een zilverkleurige vezel vertoonen, zonder enig kristal". Roodbreukig is bros bij smeedtemperatuur; koudbreukig is bros bij kamertemperatuur en daaronder. Brosheid is bij een dynamisch belaste constructie als een brug vanzelfsprekend fataal.

Het spreekt wel vanzelf, dat het welijzer aan een grondige keuring werd onderworpen. Het voert te ver om hier in te gaan op al die proeven, maar we mogen er van overtuigd zijn, dat het ijzer waaruit de Donge-spoorbruggen werden gemaakt, van superieure kwaliteit is.

Platen

Het plaatijzer moest aan hoge eisen voldoen: "platen moeten in hoedanigheid minstens gelijk zijn aan die, welke Ö. bij de vervaardiging van stoomketels worden gebruikt." In concreto: "zuiver vlak en glad gewalst, zonder schilfers, bladders, scheuren of oneffenheden; niet hard of kort van vezel, niet splijtend bij omzetten, boren of beitelen." Als je dat zo leest, vraag je je af hoe "gewoon" ijzer er dan wel uitzag!

Om te sterke anisotropie (verschil in eigenschappen in lengte- en breedterichting) te voorkomen dienden de platen tijdens het walsen in twee haaks op elkaar staande richtingen te worden gewalst. Schrot mocht niet worden gebruikt als grondstof, uitsluitend nieuw puddelijzer. De Ingenieur bezocht regelmatig de fabrieken om toezicht op de fabricage te houden.

Profielen

Het profiel moet koud 180° gebogen kunnen worden over alle benen, zonder scheuren of beschadiging. Dit is een van de bijzondere eigenschappen van welijzer. Met staal zal je dat niet lukken.

Verder gold: "volkomen recht en regelmatig gewalst, aan de uiteinden der benen zuiver scherp afgewerkt en aan de zijde welke in contact komt met andere delen volstrekt niet afgerond." Tenslotte mochten de flenzen niet taps zijn.

Rond ijzer

Grondstof voor de klinknagels en schroefbouten. Moest van de allerbeste en taaiste kwaliteit zijn ("triple best" werd dat in Engeland genoemd).

Smeedijzer

Hieruit werden vormstukken gesmeed onder de hamer. Belangrijk was, dat het ijzer door het smeden niet in sterkte of deugdzaamheid achteruit mocht gaan. Het controleren van de materiaaleigenschappen na het in vorm smeden was overigens een praktische onmogelijkheid.

Gesmeed kroezenstaal

Waar zeer hoge eisen aan de sterkte werden gesteld, gebruikte men deze peperdure grondstof. Het kroezenstaal werd eerst gesmolten en uitgegoten. In tegenstelling tot welijzer is het daarom vrij homogeen en toont het nauwelijks slakinsluitingen. Vervolgens werd het gegoten staal gesmeed onder een zware stoomhamer. Op de breuk moest het: "volmaakt gelijkslachtig wezen, vrij van blazen en van een helderen, fluweelachtigen glans. Bij voorkeur nam men Engels materiaal. Het fabricageproces werd stap voor stap zorgvuldig gevolgd door de Keuringsingenieur. Desgewenst werd er (op kosten van de aannemer) scheikundig onderzoek gedaan naar de samenstelling van het staal.

Een typisch stalen onderdeel in de draaibrug is de koningsspil. Dat is een zo cruciaal element in het geheel dat al deze moeite welbesteed was.

Gegoten ijzer

Hieruit werden in de gieterij onderdelen gegoten waaraan niet veel sterkte-eisen werden gesteld. Het voordeel van de vloeibare vormgeving is, dat complexe vormen makkelijk te verkrijgen zijn. Het gietijzer moest minstens van de "derde gieting" zijn. Dat is een zelfs toen al verouderd voorschrift. IJzer van de eerste gieting werd direct uit de hoogoven gegoten; dat was van inferieure kwaliteit. IJzer van de tweede gieting kwam in broodjes van de hoogoven en werd in de gieterij in een vlam- of koepeloven opnieuw gesmolten. Dat was van veel betere kwaliteit. IJzer van de derde gieting werd in de gieterij gesmolten, uitgegoten, nogmaals gesmolten en dan pas gebruikt voor het gieten van werkstukken. Niet alleen was het daarom extra duur - de kwaliteit holde vaak achteruit bij het herhaald smelten. Als aanvullende eis werd daarom in de Voorschriften nog gesteld: "de oversmelting mag niet plaats hebben met zwavelhoudende brandstoffen." In de praktijk betekende dat meestal dat geen cokes gebruikt kon worden maar alleen houtskool. De prijs daarvan was fenomenaal hoog.

Metaal (brons)

Dit is in de Donge-bruggen slechts sporadisch gebruikt. Het werd uitsluitend als lagermetaal in de brugmachinerieŽn toegepast. Het was eerste klas materiaal, volgens het Voorschrift 84 gewichtsdelen zuiver rood koper, 15 gewichtsdelen zuiver tin en slechts 1 deel zink.

Menie

Welijzer is beter dan het modernere zacht staal bestand tegen corrosie (roesten). Begint het echter eenmaal te roesten, dan heeft het veel last van "oproesten", er ontstaat een gelaagde structuur met weinig samenhang ("bladerdeeg"), die een groter volume inneemt dan het oorspronkelijke ijzer. Hele constructies worden zo uit hun fatsoen gedrukt.

Goede conservering was dus belangrijk. Het ijzer werd met zoutzuur van de walshuid ontdaan, geneutraliseerd in een kalkbad, gespoeld met kokend water, 2◊ gemenied en 4◊ geverfd. Loodmenie (oranje) voldeed het best. Tot mijn verrassing wordt in het Bestek echter ijzermenie (roodbruin) gespecificeerd. Deze geeft minder bescherming. Uit milieu-oogpunt is het een enorm voordeel. Het ontroesten (stralen) van een met loodmenie behandelde constructie vergt uitgebreide maatregelen om vervuiling en gevaar te voorkomen. Loodmenie-stof is giftig. IJzermenie-stof niet. De keuze van de te gebruiken (lijnolie) verf werd door de Eerstaanwezend Ingenieur pas in het werk bepaald. Hij kon kiezen tussen loodwitverf en zinkwitverf. Met een beetje pech is er destijds bepaald dat er loodwitverf gebruikt moest worden Ö.

Hout

Er zijn twee houtsoorten aangewend in de Donge-spoorbruggen, namelijk eikenhout en grenen. Het laatste werd onder partieel vacuŁm geprepareerd met chloorzink - een proces dat inmiddels gediscontinueerd is. Zou eikenhout slecht leverbaar zijn, dan mocht dit vervangen worden door djatihout.

Portlandcement

De te gebruiken Portlandcement moest van de beste hoedanigheid en zeer fijn gemalen zijn (75% passage door een zeef van 900 mazen/cm²). De grondstof werd grondig gecontroleerd met een reeks van proeven. Gekeken werd daarbij of zich na verharding onder water geen haarscheuren of vormverandering voor hadden gedaan. Daarnaast bepaalde men de sterkte, eveneens na uitharding onder water.


      Naar de volgende sectie  

naar de top    naar de top to the top    to the top