Nederlands   This page is only available in Dutch
 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11 

dommekracht / jack

ALEX DEN OUDEN
EINDHOVEN - NEDERLAND

 1024×768
   (min.)
Oude techniek en werktuigbouw,
industriŽle geschiedenis en archeologie
Historical engineering and technology,
industrial archaeology and history
© AdO 1998 ... 2004

     


      Terug naar de Hoofdpagina ...                Back to the Main page ...   


De Donge-spoorbrug bij Geertruidenberg op de Rijksmonumentenlijst?


      Direct naar:     Titelblad
    Inleiding
    Hoofdstuk A: De Langstraat-spoorweg en de Donge-spoorbrug in hun historische context
  Hoofdstuk B-2: Technische aspecten - de (dubbelsporige) draaibrug in detail bezien  
  Hoofdstuk B-3: Technische aspecten - de onderbouw in detail bezien  
  Hoofdstuk B-4: Technische aspecten - materialen  
  Hoofdstuk C: Hoe compleet zijn de overblijfselen?  
  Hoofdstuk D: In welke conditie zijn de overblijfselen?  
  Hoofdstuk E: Welk werk zal nodig zijn voor conservering respectievelijk restauratie?  
  Conclusies en aanbevelingen  
  De CD met documentatie-foto's  

B-1. Technische aspecten: de vaste (enkelsporige) aanbrug in detail bezien


Van de Donge-spoorbrug zijn de oorspronkelijke Bestekken voor onderbouw en bovenbouw nog beschikbaar. Deze omvatten (onder meer) een uit≠gebreide en gedetailleerde beschrijving van beide bruggen. Ik gebruik deze beschrijving als basis voor de nu volgende analyse.

Afmetingen en doorvaart

Lengte van de hoofdliggers

30,9 meter tussen de assen van de eindverticalen

(vergelijk met de bruggen over de Moerputten en de Baardwijksche Overlaat - deze zijn 16,5 meter lang)

Afstand van de hoofdliggers

3,8 meter h.o.h.

Hoogte van de hoofdliggers

2,8 meter tussen de buitenkanten van de randhoekijzers

Hoogte bovenzij spoorstaaf

5,45 meter + A.P.

Dagwijdte

29,0 meter tussen het westelijke landhoofd en pijler I

 

29,0 meter tussen pijler I en pijler II

Hoogteligging van de onderrand der brug

3,3 meter + A.P.


Constructieschema

De brug is geheel geklonken. Hij is opgebouwd uit de volgende hoofddelen:

Zijaanzicht
Kopaanzicht

Boven een zijaanzicht,
hiernaast een kopaanzicht van de brug

Constructiedetails


Boven- en onderrand van de hoofdliggers

Dwarsdoorsnede van de bovenrand

Hebben een hoed- respectievelijk een om≠gekeerde hoedvorm. Ze worden samen≠gesteld uit:

  • 1-5 liggende platen (45 cm - 10 mm dik)
  • 2 staande platen (40 cm - 13 mm dik),
    h.o.h. 247 mm, buitenmaat 260 mm
  • 2 ◊ 2 hoekijzers 95/95/10

N.B. In de knooppunten van de ligger worden (waar dat nodig is voor de koppeling met de schoren) de staande platen onderbroken en hoekplaten (13 mm dik) ingevoegd.

Detail van de onderrand
Dwarsdoorsnede van de onderrand

Schoren (diagonalen)

Bestaan uit 2 vlakke platen (13 mm dik). De breedte hiervan is afhankelijk van het veldnummer. In een knooppunt sluiten de schoren stomp aan op de rib- dan wel de hoekplaten van onder- c.q. bovenrand. Ze zijn hiermee gekoppeld met voor en achter de las een lasplaat (10 mm dik).

Schoor Schoor Schoor

N.B. In elk van de middelste vier velden wordt de smalste van de twee kruisende schoren aldaar niet met lasplaten aan de plaat≠ribben van onder- en bovenrand vastgeklonken, maar direct buiten tegen de ribplaten zelf. Bovendien wordt in de kruising van de twee diagonalen de smalste op de breedste vastgeklonken.


Stijlen (verticalen) breed

Brede stijl

De acht stijlen met de nummers 0 - 1 - 2 - 3
en 9 - 10 - 11 - 12 zijn breed. Ze worden samen­gesteld uit:

  • plaat (10 mm dik)
  • 4 + 4 hoekijzers 95/95/10

N.B. De stijlen worden met 2 extra hoekijzers 95/95/10 aan de naar binnen gekeerde zijde vastgeklonken aan de lijfplaat en de driehoekige verstijvingsplaten van de dwars­drager.

Brede stijl Smalle stijl

Stijlen (verticalen) smal

Smalle stijl

De vijf stijlen met de nummers 4 - 5 - 6 - 7 - 8 zijn smal. Ze worden samen­gesteld uit:

  • 4 hoekijzers 95/95/10

N.B. De stijlen worden met 2 extra hoekijzers 95/95/10 aan de naar binnen gekeerde zijde vastgeklonken aan de lijfplaat en de driehoekige verstijvingsplaten van de dwars­drager.


Windkruisen

Windkruis

Elk van de 6 windkruisen onder de brug beslaat 2 velden. Volgens het Bestek zijn ze steeds opgebouwd uit twee ruggelings in het midden op elkaar geklonken gekruiste T-ijzers 160/80/13. Het windkruis ligt tussen de onderranden in en het is hieraan met lasplaten vastgeklonken.

In werkelijkheid zijn echter in plaats van T-ijzers steeds twee ruggelings op elkaar geklonken hoekijzers 80/80/10 gebruikt.


Dwarsdragers

Dwarsdoorsnede dwarsdrager

De dwarsdragers worden tussen de stijlen van de hoofdliggers vastgeklonken. Het lijf van een dwarsdrager wordt gevormd door:

  • 1 staande plaat (50 cm - 10 mm dik)
  • 2 liggende platen (25 cm - 10 mm dik)
  • 4 hoekijzers 90/90/10

De driehoekige verstijvingsplaten (10 mm dik) boven de dwarsdragers zijn met twee hoekijzers 90/90/10 aan de stijlen en de bovenrand van het lijf van de dwarsdrager vastgeklonken. De driehoekige verstijvingsplaten (10 mm dik) onder de dwarsdragers zijn met twee hoekijzers 90/90/10 aan de stijlen en de onderrand van het lijf van de dwarsdrager vastgeklonken, bovendien is de schuine zijde verstijfd met een opgeklonken hoekijzer 90/90/10.

Dwarsdrager

Langsdragers

Dwarsdoorsnede langsdrager

De langsdragers worden tussen de dwarsdragers vastgeklonken middels staande hoekijzers 130/90/13. Volgens het Bestek wordt het lijf van een langsdrager gevormd door:

  • 1 staande plaat (30 cm - 12 mm dik)
  • 2 liggende platen (17 cm - 10 mm dik)
  • 4 hoekijzers 75/75/9

In werkelijkheid zijn echter smalle I-balken toegepast.

Langsdrager

Spoor

Dwars op de bovenrand van de langsdragers worden eikenhouten bielsen (2,6 m lang - 26 cm breed - 15 cm hoog) geplaatst. Voor elke biels zijn per spoorstaaf 2 stukken hoekijzer 105/80/13 (17 cm lang) op de langsdrager gebout. De bielzen worden vastgezet met houtdraadbouten en de railstaven worden met tire-fonds op de bielzen vastgetrokken.

Vloer

Op de bielzen wordt zowel tussen de rails als er buiten, een eikenhouten vloer (5 cm dik) gespijkerd. Tussen de spoorstaven komt op de houten vloer een dekvloer te liggen van geribd ijzeren platen (1,3 m breed - 40 kg/m²).

Oplegging van de brug op landhoofd en pijlers

Oplegging aan de oostzijde

Aan de onderzijde van de hoofdliggers wordt op de vier hoeken van de brug, onder tegen de onderrand, een gesmeed ijzeren onderlegplaat bevestigd. Deze is aan de bovenzij vlak en aan de onderzij hol afgewerkt (1 m straal). Elke plaat rust op een gegoten ijzeren kussen met overeenkomstige afronding.

De vier kussens op pijler I (twee voor de westelijke en twee voor de oostelijke brug) zijn elk op vijf stalen rollen geplaatst. Elk vijftal rollen rolt op een gegoten ijzeren glijdplaat met lage opstaande randen.

De vaste kussens en de ijzeren glijdplaten zijn 2,5 cm in de hardstenen oplegblokken ingelaten. Ze worden ondergoten met cement en met dookbouten vastgezet.

Oplegging aan de westzijde

Voor de westelijke vaste brug liggen de kussens op het landhoofd direct op de hardstenen oplegneuten; voor de oostelijke brug liggen de kussens op pijler II direct op de hardstenen oplegneuten.


Compensatietoestel

Op pijler I worden de spoorstaven van de twee bruggen gekoppeld door een compensatie-inrichting, die dient om de uitzettingen van bruggen en rails op te nemen. Tegen de buitenzijde van elk tweetal in elkaars verlengde liggende spoorstaven is een brugstuk met L-vormige doorsnede vastgeschroefd met bouten in sleufgaten. Dit kan in de lengterichting vrij verschuiven. Het steunt daarbij met de onderflens op een oplegplaat. De bovenrand is afgewerkt in het wielband-profiel. Ter plaatse van de opening tussen twee railstaven loopt het wiel over het brugstuk. Zo veroorzaken ook grotere openingen tussen de spoorstaafeinden geen stoten.


      Naar de volgende sectie  

naar de top    naar de top to the top    to the top