Nederlands   This page is only available in Dutch
 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11 

dommekracht / jack

ALEX DEN OUDEN
EINDHOVEN - NEDERLAND

 1024×768
   (min.)
Oude techniek en werktuigbouw,
industriŽle geschiedenis en archeologie
Historical engineering and technology,
industrial archaeology and history
© AdO 1998 ... 2004

     


      Terug naar de Hoofdpagina ...                Back to the Main page ...   


De Donge-spoorbrug bij Geertruidenberg op de Rijksmonumentenlijst?


      Direct naar:     Titelblad
  Hoofdstuk A: De Langstraat-spoorweg en de Donge-spoorbrug in hun historische context  
  Hoofdstuk B-1: Technische aspecten - de vaste (enkelsporige) aanbrug in detail bezien  
  Hoofdstuk B-2: Technische aspecten - de (dubbelsporige) draaibrug in detail bezien  
  Hoofdstuk B-3: Technische aspecten - de onderbouw in detail bezien  
  Hoofdstuk B-4: Technische aspecten - materialen  
  Hoofdstuk C: Hoe compleet zijn de overblijfselen?  
  Hoofdstuk D: In welke conditie zijn de overblijfselen?  
  Hoofdstuk E: Welk werk zal nodig zijn voor conservering respectievelijk restauratie?  
  Conclusies en aanbevelingen  
  De CD met documentatie-foto's  

Inleiding


De Langstraat-spoorweg van Lage Zwaluwe over Geertruidenberg en Waalwijk naar 's-Hertogenbosch (liefkozend meestal "het Halve Zolenlijntje" genoemd) heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de ontsluiting en ontwikkeling van de Langstraat. Inmiddels wordt een aanzienlijk deel van het tracť hergebruikt als basis voor een doorgaande (recreatieve) fietsroute. Het eerste deel hiervan werd in 1992 geopend.

In de spoorlijn lagen drie kapitale kunstwerken, te weten (van oost naar west): de Moerputtenbrug (600 meter), de brug over de Baardwijksche Overlaat (880 meter) en de spoordraaibrug met twee vaste aanbruggen over de Donge bij Geertruidenberg.

Alle drie genoemde bruggen bestaan nog immer

De Moerputtenbrug is in z'n geheel bewaard gebleven, hij staat op de Rijksmonumentenlijst en hij wordt na de inmiddels aangevangen restauratie opgenomen in de fietsroute.

De Baardwijksche Overlaat verloor door de voltooiing van de Maasmondverlegging (1904) en de daarop aansluitende aanleg van het Afwaterings≠kanaal van 's-Hertogenbosch naar Drongelen (1910) haar functie. In 1916 werden 26 van de oorspronkelijke 53 overspanningen door een aarden dam vervangen. De 10 stuks aan de westzijde, over het Afwateringskanaal, en 17 stuks aan de oostzijde bleven gehandhaafd. In oktober 1944 vernielden terugtrekkende Duitse troepen het westelijk deel van de brug. Het herstel begon in 1946. Men gebruikte daarvoor 13 van de 17 overspanningen van het oostelijk deel van de brug. Deze werden vervangen door een dijk. Met de 13 zo vrijgemaakte delen kon de westelijke brug geheel hersteld worden. Zodoende resteren er van de oorspronkelijke 53 overspanningen uiteindelijk nog 14, namelijk tien bij Waalwijk, drie bij de Eindstraat in Drunen en eentje bij de Overstortweg, eveneens in Drunen. Deze bruggen staan op de Rijks≠monumentenlijst; ze zijn na restauratie geheel geÔntegreerd in de fietsroute.

Van de overbrugging van de Donge bij Geertruidenberg bliezen de Duitsers in oktober 1944 de twee aanbruggen op. Ze werden in 1946 hersteld. Hoewel de Dongebrug na 1950 praktisch gesproken niet meer gebruikt is, liggen de draaibrug en ťťn van de aanbruggen nog steeds op hun plaats; de tweede aanbrug is verdwenen. Hier is de situatie ten aanzien van behoud minder rooskleurig dan bij de Moerputten en de Baardwijksche Overlaat. Bij het Noord-Brabantse Monumenten Selectie Project zijn deze bruggen per abuis over het hoofd gezien. Ze staan dan ook (nog?) niet op de Rijksmonumentenlijst. De Stichting BOEG (Behoud Ons Erfgoed Geertruidenberg) maakt zich sterk om de Bergse brug eveneens op de Rijksmonumentenlijst geplaatst te krijgen.

Situatie Donge-spoorbrug in 2004

De Donge-spoorbrug in oktober 2004, gezien naar het oostzuidoosten. Op de voorgrond pijler II, in het midden de draaibrug op z'n draaipenant, op de achtergrond het oostelijke landhoofd (foto ir A. den Ouden, oktober 2004)

Behoud vraagt om een redelijk (functioneel) toekomstperspectief


Hergebruik van een oude brug is in het algemeen geen eenvoudige zaak omdat het niet meevalt een zinvolle nieuwe bestemming te vinden. Bovendien is vaak een oude brug in de loop der tijd een verkeersknelpunt geworden, dat "dus" maar liefst zo snel mogelijk moet worden opgeruimd.

Hoe ziet dat er bij de Moerputten en de Baardwijksche Overlaat uit?

In het geval van de twee vaste Langstraat-bruggen (Moerputten en Baardwijksche Overlaat) is een zeer bevredigende oplossing voor hergebruik gevonden. Daaraan liggen twee bijzondere factoren ten grondslag:

Minister Maij-Weggen opent de Waalwijkse brug in 1992 op de fiets

We hebben hier al met al een fraai voorbeeld van synergie. De bruggen hebben een unieke cultuurhistorische waarde als vrijwel authentiek technisch erfgoed. Dergelijke waardevolle voorbeelden zijn in Nederland extreem zeldzaam, zeg maar rustig, enig. Daarnaast hebben de bruggen na ontsluiting van de fietsroute een belangrijke recreatieve waarde gekregen. De fietsers fietsen veilig en comfortabel. Het landschap en de natuur in hun directe omgeving worden ontsloten. Zo komen de voor behoud, restauratie en onderhoud gemaakte en te maken kosten niet alleen ten laste van monumenten≠beheer. Ze hebben een breder draagvlak.


In 1992 werd het fietspad op de gerestaureerde Waalwijkse spoorbrug feestelijk geopend door Minister Maij-Weggen. Uiteraard op de fiets.
(foto M. de Goede)


En hoe ziet het er bij de Donge-spoorbrug uit?

Voor de derde belangrijke brug in de Halve Zolenlijn, de Donge-spoorbrug te Geertruidenberg, is de situatie aanmerkelijk complexer. Hij is al even origineel en authentiek negentiende eeuws als de twee zojuist genoemde vaste Langstraat-bruggen. De Donge-spoorbrug staat echter (nog) niet op de Rijks≠monumentenlijst, al zal uit de hier gepresenteerde techniekhistorische evaluatie glashelder blijken dat hij minstens even karakteristiek, zeldzaam en behoudenswaard is als de twee andere Langstraat-bruggen en dus beslist op de Rijksmonumentenlijst thuis hoort.

Techniekhistorische overwegingen alleen worden wellicht niet altijd als toereikend gezien om tot een gewogen besluit omtrent plaatsing der Donge-spoorbruggen op de Rijksmonumentenlijst te komen. Ook de kans op een in alle opzichten acceptabele herbestemming dient te worden mee≠gewogen.

Nu is het vinden van een functioneel toekomstperspectief in het onderhavige geval iets complexer dan dat bij bijvoorbeeld de Moerputtenbrug het geval was. De Stichting BOEG biedt een praktisch bruikbare opzet voor een gefaseerde ontwikkeling van de Donge-spoorbruggen tot haalbaar technisch monument. Een opzet die voor alle betrokken partijen tot winst zal leiden. Incorporatie in het ontwikkelingsplan Dongeburgh van de gemeente Geertruidenberg is zonder meer realiseerbaar, zeker als men wat verder vooruit kijkt dan de neus kort is.

Helaas blijken de meningen over de Rijks≠monumentwaardigheid van deze brug nog niet volkomen unaniem te zijn. Ten onrechte, zoals ik in dit rapport zal aantonen.

Zijaanzicht van de gehele overbrugging

Hoe ga ik te werk in dit rapport?


Het is de bedoeling om in dit rapport het techniekhistorisch c.q. cultuurhistorisch belang van de Donge-spoorbrug nader te onderzoeken, nauw≠keurig te preciseren en grondig te evalueren.

Stapsgewijze werkwijze

Ik gebruik hiervoor de volgende aanpak.

Zo wordt het artefact vanuit alle denkbare (relevante) invalshoeken aan de tand gevoeld.

Elk van de genoemde stappen werd afgesloten met een overzicht van de bereikte conclusies. Deze conclusies - en de aanbevelingen die ik op basis van die conclusies formuleer - worden verzameld en gepresenteerd in een eindoverzicht (Conclusies en aanbevelingen). Dat vormt een serieuze, afgewogen en beredeneerde waardestelling van de Donge-spoorbrug. Op basis daarvan is een serieuze, afgewogen en beredeneerde keuze voor plaatsing op de Rijksmonumentenlijst mogelijk geworden.


      Naar de volgende sectie  

naar de top    naar de top to the top    to the top