Nederlands   This page is only available in Dutch
 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11 

dommekracht / jack

ALEX DEN OUDEN
EINDHOVEN - NEDERLAND

 1024×768
   (min.)
Oude techniek en werktuigbouw,
industriële geschiedenis en archeologie
Historical engineering and technology,
industrial archaeology and history
© AdO 1998 ... 2004

     


      Terug naar de Hoofdpagina ...                Back to the Main page ...   


Hal 6 Ketelmakerij Koninklijke Schelde Groep, Vlissingen - januari 2005


      Direct naar:     Titelblad
    Conclusies en aanbevelingen
    Bouwgeschiedenis Plaatwerkerij en in het bijzonder Hal 6
    Is Hal 6 het behouden waard?
    In welke vorm zou Hal 6 behouden moeten worden?
    Is demontage en heropbouw voor hergebruik elders zinvol en haalbaar?
    Is restauratie en hergebruik c.q. exploitatie in situ zinvol en haalbaar?
    Appendices en de CD met documentatiefoto's

De huidige conditie van Hal 6


Zowel bij de constructieve opname van Hal 6 als bij het doorgronden van de bouwhistorie ervan, heb ik (waar zulks mogelijk is zonder detailinspectie vanaf een hoogwerker) aan binnen- en buitenzijde ook de huidige conditie nagegaan. De oorspronkelijke verlichting met kwikdruklampen was, net als de electriciteitsvoorziening, (uiteraard) afgekoppeld. De lichtcondities binnen waren wegens het winterse weer bar slecht, zeker bij de derde halve dag van mijn opname, toen de hemel zwaar bewolkt was en er voortdurend zware regen- en hagelbuien vielen. Toch hebben de slechte verlichting noch de grote hoogte van Hal 6 een goede evaluatie belemmerd.

Ik gebruik voor dit werk een hooggevoelige digitale autofocus spiegelreflexcamera met zoom-telelens. Tijdopnamen van 10-30 seconden zijn gebruikelijk, omdat ik met diafragma f18 of hoger fotografeer. Zo ontstaan ook van 20 meter afstand haarscherpe foto's, waarop moeiteloos details van kleiner dan 1 mm te zien zijn. Alleen op plaatsen met bijzonder groot contrast (nabij de ramen in de wanden en de lichtstraat in het dak) is deze techniek minder goed bruikbaar. Met digitale beeld­bewerkingstechnieken kan nog een deel van het overstralingseffect gecorrigeerd worden, maar compleet beeldherstel is meestal onhaalbaar.

Algemeen

In algemene zin heb ik vastgesteld, dat de conditie van Hal 6 bepaald niet slecht is, op achterstallig onderhoud aan een enkel typisch knelpunt na. De plensbuien van afgelopen week hebben mooi aangetoond waar er in Hal 6 lekproblemen zijn. Het zijn er opvallend weinig, eigenlijk alleen bij de inpandige goot tussen de Hallen 5 en 6. Veel ernstiger lekproblemen deden zich voor in de Hallen 1 t/m 5, maar die vallen buiten het kader van het huidige rapport.

Het interieur

De noordhelft van Hal 6 is altijd als magazijnruimte gebruikt. Je vindt daar dus niet veel beschadigingen door (ruw) gebruik, dat komt meer in produktieafdelingen voor. De zuidhelft van Hal 6 was (vanaf 1954) wél een produktieafdeling, maar ook daar vind je eigenlijk zeer weinig gebruiks­sporen. Dat is trouwens niet merkwaardig, want de zuidhelft hééft maar heel weinig wand om te beschadigen. De twee kopwanden (maar die liggen uit de loop) en 10 meter in de zuidoosthoek, meer niet.

Vakwerkspanten en vakwerkkolommen

Mechanisch zijn de vakwerkspanten en de vakwerkkolommen in prima staat. De eerste twee weinig duurzaam geconstrueerde daken van Hal 6 hebben ongetwijfeld hun lekproblemen gekend, en die zullen hun effect (vooral op de spanten) zeker wel gehad hebben, maar ik heb sterk de indruk dat bij de laatste dakrenovatie in 1980 gelijk ook de spanten en kolommen zijn gereinigd en opnieuw geverfd. Het werk in Hal 6 was weinig agressief van karakter en de spanten en kolommen liggen c.q. staan buiten het bereik van de dagelijkse handelingen. De verflaag uit 1980 is dus weinig aangegrepen. Alleen bij het lopend aanbrengen en modificeren van de uitrusting van Hal 6 (gasleidingen, electriciteitsaansluitingen, nieuwe ruimteverwarming, verhangen van de verlichting e.d.) is het bestaande verfwerk aangetast door montagehandelingen en lassen. Reparaties van de veroorzaakte beschadigingen zijn slordig of niet verricht. Een nieuwe verfbeurt zonder ingrijpende reparaties of voorbereidingen, zal voldoende zijn om deze bouwdelen voor de komende twintig jaar perfect te conserveren.

Dakbeplating

Ik ben niet op het dak van Hal 6 geweest en heb ook op geen andere manier een dakinspectie kunnen uitvoeren. Over de conditie van de dakbedekking kan ik dus alleen uit mijn ervaring, niet uit werkelijke in situ waarneming, iets zeggen. De ervaring met dit soort bedekking leert dat een levensduur van minimaal 50 jaar bij regelmatige controle en waar nodig direct onderhoud zeker haalbaar is. Ik betwijfel enigszins of hier consistent aan de laatste voorwaarde is voldaan. Mede gezien de corrosieve atmosfeer in deze regio lijkt het me daarom veilig, de verwachte levensduur op 45 jaar te stellen. Dat betekent dat pas over een jaar of 20 vervanging nodig wordt. Overigens is de dakbeplating aan de binnenzijde in uitstekende conditie. Dat duidt er op, dat de buitenbeplating goed sluit.

Lichtstraten

De lichtstraten zijn in 1980 geheel nieuw gebouwd. Ze zijn licht uitgevoerd, met aluminium langsliggers en polycarbonaat platen. De constructie is afgewerkt met Colorcoat. We mogen zonder meer verwachten dat de lichtstraten (minstens) dezelfde levensverwachting hebben als de dakbedekking. Ze zijn immers van dezelfde leverancier afkomstig en gelijk geplaatst?

Gordingen en windverbanden in de dakvlakken

Dit zijn de constructiedelen die het dichtst onder het dak liggen en het meest intieme contact met de dakbedekking hebben. Ze zijn zwaar geroest, ongetwijfeld een erfenis van de twee eerdere, minder geslaagde daken. Helaas zijn de gordingen bij de dakrenovatie in 1980 kennelijk niét gelijk gereinigd en geschilderd. Dit zal wel te maken hebben met het feit, dat dergelijk schilderwerk alleen van de grond af gedaan kan worden; en dat de benodigde steigerbouw (werkhoogte 7-12 meter) in een doorwerkende omgeving praktisch op grote bezwaren stuitte. Jammer. Het is een heidens en tomeloos duur karwei om dat verven in de golven van de damwand-binnenbeplating alsnog te doen, en onder de beplating gaat het al helemaal niet. Ik vrees dat hier weinig aan te verbeteren valt, zolang het bestaande dak blijft liggen. Zoals gezegd, ik verwacht dat de dakbeplating van 1980 over een jaar of 20 vervangen zal moeten worden. Die periode houden de gordingen en kruisen het beslist ook zonder een nieuw verfje wel uit - ze zijn zwaar genoeg. Tegen die tijd moet echter zeker overwogen worden om de gordingen wél mee te nemen in het karwei.

Inpandige goot

Een welbekend zwak punt. Het deel van de goot tussen de Hallen 5 en 6 is door inwateren onder de zinkbekleding volledig vergaan. Wat zich in Hal 6 aan lekkage voordoet, is hier te vinden. Bij het afbreken van Hal 5 zal de goot mee afgebroken moeten worden. Indien Hal 6 in situ bewaard blijft, moet bij de werkzaamheden aan de zuidwand van Hal 6 (die in een latere sectie van dit rapport ter sprake zullen komen) de aanleg van een compleet nieuwe goot worden inbegrepen.

De wanden

Ik zal de kolommen van de buitenwanden meenemen in mijn bespreking van het exterieur, hieronder. De windverbanden liggen grotendeels ingebed in het metselwerk en zullen daarom prima geconserveerd zijn. De vrij liggende oppervlakken zijn voldoende geschilderd. Deze kunnen gelijk worden meegenomen met de benodigde renovatie van het pleisterwerk.

Fundatiepoeren

Werkelijk uitstekende conditie. Alleen de poer onder kolom B13 is door te scherp door de bocht snijdend heftruckverkeer beschadigd en moet worden bijgewerkt.

Metselwerk, pleister- en verfwerk wanden

Ik zal het metselwerk meenemen in mijn bespreking van het exterieur, hieronder. Het pleister- en verfwerk aan de binnenwanden is goed van conditie maar sterk vervuild. Kleinere reparaties en schoonmaken plus opnieuw verven zijn noodzakelijk. Hierbij kan het best een zeer lichte kleur worden gekozen. Die kleur is weliswaar niet erg geschikt voor een industriële omgeving, en zal daar ook nooit toegepast worden; maar hij maakt het licht in de hal veel beter en werkt goed als achtergrond voor het filigrain der staalconstructie. Per slot van rekening gaat het hier niet om industrieel hergebruik.

De monorailbanen ("loopkatbanen") en hun ophanging en stabilisatievoorzieningen

Zijn minstens één keer opnieuw geschilderd, vermoedelijk gelijk met de vakwerkspanten en vakwerkkolommen. Daarbij zijn de looprails niet voldoende goed ontvet. De verf hangt er nu in grote lappen van af. Schoonmaken, deugdelijk ontvetten en opnieuw primeren en verven is nodig. Dit zal geen goedkoop karwei worden. De totale baanlengte van de drie banen tezamen is rond 450 meter en het werk moet op 7 à 8 meter hoogte worden uitgevoerd. Verwijderen en afvoeren van de monorailbanen is goedkoper, maar ze zijn (zoals in een latere sectie van dit rapport zal worden besproken) een belangrijk onderdeel om toch te behouden.

De kraanbaan en de 2 loopkranen

Zijn pas 30 jaar oud en vanwege de regelmatige inspecties altijd goed onderhouden. Als ze zouden blijven staan, hoeft er nauwelijks iets aan te gebeuren. Het ligt in de lijn der verwachting dat ze zullen verdwijnen. Tweedehands verkoop ligt voor de hand.

Vloer

In goede conditie en zwaar. Op sommige plaatsen zijn zware machines opgesteld geweest, waarvoor ter plaatse verdiepingen in de vloer zijn gelegd. Deze moeten worden aangevuld en vlak afgewerkt. De licht boven de vloer uitstekende stalen pijp vrijwel recht onder het hart van spant 14 (waar ik prompt mijn teen tegen stootte) kan beter echt met de vloer gelijk worden afgewerkt.

Het exterieur

In deze sectie hoeven we uitsluitend te kijken naar de westwand, de noordwand, de uitbouw, de oostwand en de meest oostelijke 10 meter van de zuidwand. De rest van de zuidwand wordt gevormd door de aansluiting op Hal 5. We beginnen met de westwand, gezien de in deze regio overheersende westenwinden. De verwachting dat deze wand er het slechtst aan toe zal zijn, blijkt inderdaad uit te komen.

Westwand

Het metselwerk (geheel halfsteens) is in redelijke conditie. is het duidelijk bijgehouden en waar nodig gerepareerd. Flinke stukken zijn ooit opnieuw gevoegd. Het slechtst zijn de vier grote vlakken direct onder de ramen. Deze zijn ingewaterd en vervuild met roest van de ramen. Deze vier vlakken meten elk (tot de fundering) 5,3 meter bij 5 meter, dus 26,5 m². Dat is nogal wat groter dan de 15-20 m² die in de jaren 1940-1950 als "good practice" werd aanbevolen. Bij goede bakstenen en goed metselwerk hoeft deze grootte geen problemen op te leveren, zelfs niet bij de te verwachten hoge westenwinddrukken, maar een detailinspectie op scheuren en mortelkwaliteit is aan te bevelen om latere onaangename verrassingen te voorkomen. De overige muurvlakken van de westwand zijn maximaal 22,5 m², redelijk dicht bij de genoemde bovengrens. Hier verwacht ik weinig problemen.

Het verfwerk van de 9 kolommen en 3 regels in deze wand is in redelijke conditie, wel wat vaal. Weinig roest, goede dekking. Hoeft alleen geschilderd te worden. Ook de korte dwarsprofielen onder de kolommen zien er goed uit. De betonnen poeren waarop deze dwarsprofielen zijn gesteld, zijn in uitstekende conditie. De stalen ramen zijn, zoals te verwachten was, onder de stopverf zwaar opgeroest en veel ruiten staan onder spanning. Ook de kozijnen zijn onder de raamranden opgeroest. De ruiten zijn oud en troebel, met de nodige kleine gaten waar de lieve jeugd er stenen tegenaan heeft gegooid. De ruiten kunnen beter integraal worden vernieuwd. De raamframes zijn op de kozijnen gebout, ze kunnen (na verwijdering van het glas) worden gedemonteerd en afgevoerd voor stralen, repareren, verzinken en schilderen in de werkplaats. De stalen kozijnen dienen ter plaatse te worden gestraald, geprimerd (indien mogelijk geschopeerd) en geverfd. Na hermontage van de raamframes kan nieuw mat draadglas worden gezet. Het authentieke beeld blijft dan bewaard.

Boven het meest zuidelijke raam is de Colorcoat randafwerking van de dakbedekking ernstig beschadigd. Kan worden bijgewerkt door het inzetten van nieuwe stukken. Zoals te verwachten was, is de Colorcoat-afwerking van de dakbedekking uit 1980 op de knipranden aan het inroesten geslagen. De roest is tot vijf centimeter onder de coating gevreten. Hier wordt over een jaar of tien groot onderhoud noodzakelijk. De regenpijp aan de zuidzijde is goed; die aan de noordzijde is kuis verrot.

Noordwand

Het metselwerk hier is in goede conditie en vergt nauwelijks reparaties. De oppervlakken van de velden zijn rond 17,5 m² en zullen geen winddruk-problemen veroorzaken. Het verfwerk van het onderste deel van de kolommen tot aan de stalen ramen toont weinig roest en is goed gedekt. Hoeft alleen geschilderd te worden. Ook de korte dwarsprofielen onder de kolommen zien er goed uit. De betonnen poeren waarop deze dwarsprofielen zijn gesteld, zijn in uitstekende conditie. Al met al zal het deel van de noordwand ònder de ramen weinig problemen veroorzaken.

Het deel daarboven is een ander geval. De delen van de 16 kolommen en de regels tussen c.q. achter het glas hebben nogal te lijden gehad van de ingezette stalen raamframes. Zij vragen een ingrijpender behandeling: stralen, primeren (indien mogelijk schoperen) en verven. De opmerkingen over de stalen ramen en het draadglas die ik zojuist maakte met betrekking tot de westwand, gelden ook voor de noordwand. Al is hier sprake van véél meer ramen en véél meer glas.


De hemelwaterafvoer uit de noordgoot is wat complex. Aan de westzijde watert het deel van de goot tussen A10 en A16 direct in de regenpijp op de noordwesthoek af. Bij A10 is de goot gekoppeld aan een dicht eronder liggende oostwaarts licht aflopende dikke buis. Even ten oosten van A8 en A6 en even ten westen van A3 vind je eveneens dergelijke koppelingen. De buis watert af op de regenpijp op de noordoosthoek van Hal6.

De aanbouw uit 1954

De conditie van dit gebouwdeel is niet bijster goed. Zeker aan de westzijde is het metselwerk wat uitgespoeld; is op het staal de verf wat gebladderd, is het staal plaatselijk aangeroest en zijn de stalen ramen hard aan een grondige renovatie toe. Het dak lekt niet, ook niet bij de enorme plensbuien van de laatste tijd.

Wordt besloten, de aanbouw te slopen, dan spaart dat de (niet bijzonder hoge) kosten van het restaureren van de aanbouw, maar er moet dan natuurlijk wel een gat van een 32 m² halfsteens worden dichtgemetseld.

Oostwand

De oostgevel is er opvallend veel beter aan toe dan de westgevel. Hij wordt dan ook gemiddeld genomen minder belaagd. De kans op problemen in de grote muurvlakken direct onder de ramen is hier kleiner. De stalen ramen zijn duidelijk al aangetast maar minder ver heen dan bij de west- en noordwand. Het is echter toch aan te raden, ze gelijk met alle andere ramen op dezelfde wijze te behandelen. Overall hoeft er verder aan de oostgevel nauwelijks iets te gebeuren. Er groeit het een en ander aan onkruid tegen de oostwand op. Dat dient te worden verwijderd. De regenpijp aan de noordzijde is in goede conditie. Die aan de zuidzijde is tegen Hal 5 gemonteerd. Ik bespreek ik 'm bij de zuidwand, direct hieronder.

Zuidwand

De meest oostelijke 10 meter van de zuidwand staat in het verlengde en dus vrij van Hal 5. Dit stuk wand verkeert in heel behoorlijke conditie. De goot (althans het deel boven deze 10 meter muur) is goed, het staal is in orde, stalen ramen zitten er niet in. Overall hoeft er aan dit gebouwdeel nauwelijks iets te gebeuren. Bij de sloop van Hal 5 moet de ophanging van de regenpijp - nu aan Hal 5 - worden overgebracht naar Hal 6.

De deuren

De grote stalen schuifdeur met loopdeur

De grote stalen schuifdeur met loopdeur in de noordgevel aan de noord­westhoek en de regenkap erboven zijn in zeer slechte conditie. Verveloos, houten opvulling nat en rot; inwendig zwaar verroest, dekplaten raken los, sommige zijn al verdwenen. Verrijden is (vrijwel) onmogelijk. De deur staat een klein stukje open, waardoor de slankere jeugd vrij toegang heeft tot Hal 6 en daarmee ook de Hallen 1 t/m 5. De effecten hiervan zijn inmiddels al aardig merkbaar (kapot­gegooide TL-buizen, omgegooide kasten, een gaskachel die op half zeven hangt). Door de opening (op het noorden) regent ook flink water naar binnen. Het tocht stevig door de opening. Direct noodzakelijke actie: deur sluiten en ontbrekende platen repareren!

Bij behoud in situ:

De kleine stalen schuifdeur met loopdeur

De kleine stalen schuifdeur met loopdeur in de noordgevel aan de noordoosthoek en de regenkap erboven zijn in even slechte conditie. Verveloos, houten opvulling nat en rot; inwendig zwaar verroest, dekplaten raken los. Hij is op slot, maar binnenkort is er een gat in gesloopt waar nu een plaat al helemaal loshangt. Ik heb niet nagegaan of hij nog goed verreden kan worden, maar ik betwijfel of dat het geval zal zijn. Direct noodzakelijke actie: platen repareren!

Bij behoud in situ:

De stalen driepaneels schuifdeuren in de aanbouw

De stalen driepaneels-schuifdeuren aan de noordzijde van de aanbouw zijn in even slechte conditie. Ze zijn opgebouwd uit stalen golfplaat op een stalen frame. De golfplaat is behoorlijk aangetast en de deuren lijken uit de rails gelopen te zijn, ze hangen akelig scheef.

Bij behoud in situ:

De loopdeur in de NW hoek

De houten loopdeur in de westgevel aan de noordwesthoek is aan de buitenzijde met een staalplaat bekleed. Deze deur kan behouden blijven na reparatie en renovatie, bij voorkeur onder behoud van de opgeschilderde teksten "Deur dicht a.u.b." (binnenzij) en "Ingang Plaatwerkerij" (buitenzij). Ook het houten kozijn behoeft renovatie.

Het terrein

Is slecht en ongelijkmatig bestraat, de Stelconplaten liggen niet vlak en gelijk. Het industriespoor zou gehandhaafd kunnen blijven. Er groeit langs de noordwand van Hal 6 een half oerwoud aan onkruid en (niet zo jonge) struiken. Aan de overzijde van de Lampsinstraat, kort ten oosten van Hal 6, is het terrein volledig overwoekerd met taaie braamstruiken. Hier ligt trouwens ook nog veel oud bouwmateriaal.

Conclusie van deze sectie

Mijn samenvattende conclusie van deze sectie is, dat het (in ieder geval op technische gronden) zonder meer mogelijk is, Hal 6 zonder veel problemen en/of hoge kosten ter plaatse te behouden.


      Naar de volgende sectie  

naar de top    naar de top to the top    to the top